Op deze pagina kunt u zoeken naar
begrippen die te maken hebben met fotograferen, fotografie, video-opnames maken
en meer. Van algemene begrippen tot specifieke definities.
Heeft u zelf een definitie van een
woord of begrip dat nog niet in de lijst staat, dan kunt u dat laten weten.
Een serie programma's
die zijn ontwikkeld door Adobe en worden gebruikt voor het maken van
PDF-bestanden. Als u Acrobat Reader heeft geïnstalleerd, kunt u alle
PDF-documenten en afbeeldingen bekijken en afdrukken, ongeacht het platform
waarop ze zijn gemaakt. Voor het downloaden van Acrobat Reader, klik hier.
AE Geheugen knop:
Bij het half
indrukken van de ontspanknop wordt zowel de scherpte, als de belichting,
vergrendeld. Wanneer het hoofdonderwerp zich echter buiten het midden bevindt
dan kan door het ingedrukt houden van de AE-toets de opname toch correct
belicht worden.
Aliasing:
Een effect dat wordt
veroorzaakt door de vierkante vorm van pixels die een digitaal beeld vormen.
Bij vergroting van volmaakt vloeiende curven worden de pixels zichtbaar, wat
een rafelig effect geeft. Andere termen voor dit effect zijn 'jaggies' en 'pixelation'.
APS:
Advanced Photo System
camera's maken het mogelijk te kiezen uit drie opnameformaten. De film bevindt
zich in een cassette die eenvoudig in de camera is te plaatsen. Fouten bij het
laden van de camera zijn uitgesloten. U heeft keuze uit de volgende drie
beeldformaten:
- C (Classic): het traditionele 10 x 15 cm formaat
- H (HDTV): de foto wordt afgedrukt in 10 x 18 cm
- P (Panorama): 10 x 25 cm formaat voor landschappen en ongebruikelijke
beelduitsneden.
APS-camera:
De APS-camera, is ontwikkeld
op grond van de Advanced Photo System-techniek. Daarbij worden zeer kleine
filmcassettes gebruikt, met als gevolg dat ook de camera zelf uiterst compact
en licht kan worden gebouwd. De camera heeft een ingebouwde flitser, innovaties
als het veilige drop-in-filminlegsysteem en de mogelijkheid om informatie aan
de opnamen toe te voegen die later achterop de foto's wordt afgedrukt. De
voordelen van dit cameratype zijn de mogelijkheden om tijdens het fotograferen
te kiezen uit drie beeldverhoudingen - Classic (3:1), HDTV (16:9) en Panorama
(3:1) - en om tussentijds van filmcassette te wisselen. Het gebruiksgemak zit
hem niet alleen in de (vol)automatische bediening, maar ook in het kleine
cameraformaat en het geringe gewicht.
AREA Autofocus:
De meeste camera’s
stellen scherp op het onderwerp dat zich in het centrum van de zoeker bevindt.
Er zijn echter situaties waarbij het hoofdonderwerp niet in het midden staat,
bijvoorbeeld bij twee personen naast elkaar. Met het gebruik van de stand AREA
AF is het mogelijk om handmatig te bepalen op welk van de 49 velden, binnen het
zoekerkader, de camera de afstand meet.
ASA:
Tegenwoordig wordt de
term ASA (American Standardisation Association )
nog veel gebruikt voor het aangeven van de filmgevoeligheid, hoewel deze officieel
vervangen is door de term ISO. Ook bij digitale camera's wordt deze term
nog wel gebruikt om een vergelijk te maken tussen filmgevoeligheid en de
lichtgevoeligheid van de digitale camera. Zie ook ISO.
Autofocus:
Het automatisch
afregelen van het objectief op de juiste afstand tot het onderwerp. Deze
afstandsmeting kan door middel van een actieve infrarood-straal of met behulp
van een passieve contrastmeting op de CCD plaatsvinden.
Automatische
ingebouwde flitser:
De camera registreert
zelf of de flitser gebruikt moet worden of niet afhankelijk van de
lichtomstandigheden. Is er te weinig licht dan flitst de camera automatisch. Er
zijn ook camera`s met ingebouwde flitser die niet automatisch werken. Deze moet
men voor een flitsopname eerst aanzetten
Automaat stand:
Met de cameraknop in
“auto”(maat) stand worden sluitertijd en diafragma volledig automatisch
geregeld. Het aantal mogelijkheden om handmatig in te grijpen in het
uiteindelijke resultaat is in deze stand beperkt.
AVI:
“Audio Video
Interleaved“ of kort gezegd AVI is een Windows geluids- en film bestandsformaat
dat gebruikt wordt bij het opslaan van de gemaakte digitale camera filmpjes.
Bij de Fujifilm digitale camera’s wordt een variant gebruikt waarbij de camera
zeer snel achterelkaar afzonderlijke foto’s maakt. Deze 10 tot 30 beelden per
seconde worden bij het afspelen door onze hersens ervaren als een bewegende
film. Het voordeel van deze methode is dat ieder afzonderlijk beeld weer te
gebruiken is om te bekijken, te mailen of te printen.
Niet te verwarren met
bestandsgrootte. Het beeldformaat in pixels geeft aan wat het maximale
opnameformaat is dat de camera kan registreren. Zo kan bijv. een camera met een
Super CCD van effectief 6.3 miljoen pixels een foto opslaan met een maximaal
beeldformaat van4048 x 3040. (12,3
miljoen pixels
Beeldhoek:
De brandpuntsafstanden
van digitale camera's kunnen niet zonder meer vergeleken worden met die van
kleinbeeldcamera's. Dit is het gevolg van het feit dat de beeldchips andere
afmetingen hebben dan het kleinbeeld formaat (24x36 mm). Over het algemeen zijn
ze (veel) kleiner. Dit verklaart waarom een brandpuntsafstand van 7 mm dezelfde
beeldhoek op kan leveren als een 35 mm lens voor een kleinbeeldcamera.
Diezelfde 7 mm lens zou een grotere beeldhoek beslaan wanner de beeldchip
groter zou zijn. Andersom: hoe kleiner de beeldchip, hoe kleiner de beeldhoek
(meer tele-effect).
Belichtingscorrectie:
Deze handmatige
correctie maakt het mogelijk om bewust af te wijken van de door de camera
ingestelde belichting. Een “min”-correctie maat de foto donkerder en een
“plus”-correctie maakt de foto lichter.
Belichtingsmeetsysteem:
Bij het meten van het
licht maakt de digitale camera gebruik van diverse meetpatronen. De
standaardmethode van alle Fujifilm digitale camera’s is het meten van het licht
in 64 verschillende velden binnen het zoekerbeeld. Door deze
afzonderlijke velden te analyseren wordt ook onder contrastrijke omstandigheden
nog een goede belichting gevonden. Wilt u zeer precies zelf bepalen waarop de
camera het licht meet dan kan er gebruik gemaakt worden van de zogenaamde “spotmeting”.
Hierbij wordt alleen het licht gemeten in het kleine vakje in het centrum van
de zoeker. Bij het invoeren van handmatige correcties op de belichting wordt
meestal gebruik gemaakt van de “integraalmeting“. Bij deze meetmethode
zal het gehele zoekerveld gebruikt worden om het licht te meten en worden er
door de camera geen automatische correcties uitgevoerd.
Bestandsgrootte:
De bestandsgrootte
van een digitale foto is van diverse factoren afhankelijk. De belangrijkste
daarvan zijn:
·▪ het aantal
pixels in de foto
·▪ de
kleurdiepte (meestal 24 bits)
·▪ het aantal
kleurlagen (1 bij zwart-wit en meestal 3 bij kleurenfoto's)
·▪ aantal
kleuren in het te fotograferen onderwerp.
·▪ gebruikte
compressietechniek
·▪ mate waarin
compressie is toegepast.
·▪ Eventuele
extra met de foto opgeslagen Exif-informatie die geen onderdeel van het beeld zijn.
Bit:
Binarydigit, de kleinste eenheid van informatie in
een computer, een 1 of een 0. Een bit kan twee toestanden aangeven (uit of aan).
Bracketing:
Wanneer meerdere
foto’s achter elkaar genomen worden met verschillende belichtingen dan spreekt
men van “Bracketing”. De camera zal automatisch één foto donkerder, één normaal
belicht en één overbelichte foto maken. Hierbij is op de camera in te stellen
hoeveel belichtingsverschil er tussen de opnames moet zitten.
Brandpuntsafstand:
De
brandpuntsafstanden van digitale camera's kunnen niet zonder meer vergeleken
worden met die van kleinbeeldcamera's. Dit is het gevolg van het feit dat de
beeldchips andere afmetingen hebben dan het kleinbeeld formaat (24x36 mm). Over
het algemeen zijn ze (veel) kleiner. Dit verklaart waarom een brandpuntsafstand
van 7 mm dezelfde beeldhoek op kan leveren als een 35 mm lens voor een
kleinbeeldcamera. Diezelfde 7 mm lens zou een grotere beeldhoek beslaan wanner
de beeldchip groter zou zijn. Andersom: hoe kleiner de beeldchip, hoe kleiner
de beeldhoek (meer tele-effect).
Byte:
Een maateenheid die
gelijk is aan 8-bits informatie. De standaardmaateenheid voor bestandsgrootte.
Zie ook Kilobyte, Megabyte en Gigabyte.
Charged Coupled
Device, waar bij analoge camera's de film zit, zit bij een digitale camera een
CCD. De lichtgevoelige cellen op de CCD registreren het beeld. De kwaliteit (en
prijs) van een digitale camera is in hoge mate afhankelijk van de kwaliteit van
de CCD, de techniek die gebruikt wordt om de gegevens te verwerken en uit de
hoeveelheid cellen die gebruikt worden.
CD-Rom:
Afkorting van Compact
Disc - Read Only Memory . het is dus alleen mogelijk om gegevens uit te lezen
en niet om er iets op te schrijven.
Chrome:
Wanneer er van een
diafilm afdrukken gemaakt worden dan kenmerken deze zich door een hoge
kleurverzadiging en een hoog contrast. Deze eigenschappen worden gesimuleerd
als er met behulp van de “F”-knop gekozen wordt voor de “Chrome”stand.
Colour management
system:
Bij het hele proces
van vastleggen, manipuleren en afdrukken van een afbeelding kunnen
verschillende apparaten betrokken zijn (bijvoorbeeld een digitale camera of
scanner, een computer/monitor en een printer). Voor het beheren van de kleur
van de afbeelding in al deze stadia worden verschillende processen gebruikt. Een
Colour Management System (zoals sRGB) is bedoeld om de kleuren in al deze
stadia zo gelijk mogelijk te houden.
Compact Flash
geheugenkaart:
Ook wel aangeduid met
CF-kaart. Deze vorm van opslagmedium voor diverse elektronische apparaten is
ook te gebruiken in sommige digitale foto camera’s. Let er bij de keuze op dat
de snelheid van deze kaarten onderling sterk verschilt en dat de tragere
kaarten( minder dan 3 MB per sec.) problemen kunnen opleveren bij het opslaan
en weergeven in een digitale camera.
Compressie:
Compressie wordt
toegepast om digitale bestanden kleiner in omvang te maken. Er bestaan enorm
veel verschillende compressietechnieken, met elk hun eigen toepassingsgebied en
eigen sterke en zwakke punten. Ook in de digitale fotografie speelt compressie
een belangrijke rol. Goede compressietechnieken leveren resultaten die niet of
nauwelijks van het origineel te onderscheiden zijn. Te veel compressie (zoals
bij GIF- en sterk gecomprimeerde JPEG-bestanden) levert echter een aanzienlijk
kwaliteitsverlies op, maar hierdoor worden de bestanden echter wel zeer klein
en daarmee gemakkelijk en snel te verwerken, bijvoorbeeld voor
internettoepassingen. In de praktijk moet er altijd een zinvolle keuze worden
gemaakt tussen beeldkwaliteit en bestandsgrootte.
Continue Autofocus:
Normaal gesproken
wordt de scherpstelling eenmalig vergrendeld op de gevonden afstand. Bij
bewegende onderwerpen zal dit echter tot een onscherpe afbeelding leiden daar
de afstand tot het onderwerp niet gelijk blijft. Met de camera in de Continue
AF stand zal de scherpte doorlopend aangepast worden aan het zich verplaatsend
object.
Contrast:Het verschil
tussen licht en donker in het beeld.
Converters:
Optische converters
kunnen de beeldhoek van een camera-objectief veranderen. Zo zijn er voor de
Fujifilm digitale camera’s groothoek- en teleconverters verkrijgbaar. Er
bestaan ook softwarematige converters die bijvoorbeeld gebruikt worden bij het
omzetten van een camera RAW-bestand naar TIFF. Dit laatste wordt gedaan met de
als extra verkrijgbare Hyper utility Software HSV-2.
CPU:
Central Processing
Unit, de chip die de besturing van digitale apparatuur regelt. Dit is in feite
een micro-computer, die is geoptimaliseerd voor specifieke doeleinden.
Cradle:
Wanneer de camera in
de Craddle of Dockingstation wordt geplaatst dan worden de batterijen opgeladen
en de gemaakte foto’s en films overgezet naar de computer. Tevens is het
mogelijk om zo gebruik te maken van Video-conferencing.
In deze USB stand is
de Fujifilm digitale camera gereed voor het overzenden van de gemaakte foto’s
naar de PC of Mac.
Diafragma:
De uit lamellen
bestaande lensopening van het objectief. Door dit te openen of te sluiten wordt
de hoeveelheid licht dat op de CCD valt geregeld. Een neveneffect is dat bij
verschillende lensopeningen/diafragmawaarden de scherptediepte wijzigt.
Diafragma voorkeuze:
Hierbij is het
mogelijk om handmatig de lensopening van het objectief te regelen. Door te
kiezen voor een bepaald diafragma is de scherptediepte van de foto te regelen
en tevens de hoeveelheid licht die de CCD bereikt. Een grote lensopening zoals
F2.8 laat veel licht binnen en zorgt voor een kleine scherptediepte. Een kleine
lensopening van F11 laat weinig licht binnen en zorgt voor een grote scherptediepte.
Digitale camera:
Een digitale camera
maakt elektronische opnamen, in tegenstelling tot traditionele opnamen op film.
U hoeft dus ook geen film te laten ontwikkelen, maar kunt de foto's direct
vanuit de camera naar uw PC downloaden. U kunt de foto's gewoon afdrukken of ze
eerst bewerken. (formaat, kleur of de opname zelf wijzigen)
Digitale zoom:
Behalve de naam heeft
dit niets te maken met de echte optische zoom van een digitale camera.
Uit de gemaakte foto
wordt een deelvergroting gemaakt en deze uitsnede wordt vervolgens opgeslagen
als nieuwe foto. Let er op dat de resolutie van de nieuwe foto evenredig
afneemt met het aantal malen dat digitaal ingezoomd wordt.
Dioptrie instelling
zoeker:
Stelt brildragers
(bijziend en verziend) in staat de zoeker in te stellen op hun gezichtsvermogen
en foto's te maken zonder bril.
Doorzichtzoeker:
Een optische zoeker
die schuin boven de lens is geplaatst en die vooral gebruikt wordt bij
compactcamera’s, directklaarcamera’s en camera’s voor eenmalig gebruik. De
zoekers geven door verschuiven van diverse lenzen in de zoeker hetzelfde beeld
als dat van het zoomobjectief van de camera.
DPI:
“Dots Per Inch” is de
aanduiding van de printerresolutie die aangeeft hoeveel inktdruppels er
gebruikt worden per afgedrukte vierkante inch. De term wordt echter ook vaak
foutief gebruikt voor PPI (pixels per inch) waarmee de beeldschermresolutie aan
gegeven wordt van een computer scherm.
DPOF:
“Digital Print Order
Format“zorgt er voor dat er in de
camera al aangegeven kan worden welke foto’s en in welke hoeveelheden deze
afgedrukt dienen te worden. Deze DPOF instellingen kunnen automatisch
uitgelezen worden door de Fujifilm FDI digitale minilabs of door de
inktjetprinter bij u thuis die deze norm ondersteunt.
Downloaden:
Het overbrengen van
informatie (zoals tekst, afbeeldingen, geluid, software, enz.) van een website
naar uw computer. De snelheid waarmee informatie wordt gedownload is vooral
afhankelijk van:
- Het soort PC dat u
gebruikt
- De snelheid van uw
modem
- De
internet-verbinding
- De instellingen van
uw internet browser
- De hoeveelheid
verkeer op het World Wide Web
Dubbelopname:
Het maken van diverse
foto’s over elkaar heen op een dusdanige wijze dat alle beelden( doorschijnend)
in het eindresultaat nog te zien zijn.
DVD:
Digital Versatile
Disc / Digital Video Disc, omdat DVD schijven niet alleen films, maar ook
geluid of andere gegevens kunnen bevatten is de term Digital Versatile Disc
beter. Het systeem werd aanvankelijk echter uitgevonden voor de opslag van
filmmateriaal, vandaar dat u nog de naam Digital Video Disc nog tegen kunt
komen. DVD schijven kunnen, in tegenstelling tot CD's, aan beide kanten
beschreven worden en maximaal liefst 13 Gb aan data bevatten. De DVD-R schijven
kunnen echter “maar” 4,7 GB bevatten.
DX:
Deze term duidt op de
automatische instelling van de filmgevoeligheid (bijvoorbeeld een 100, 200 of
400 ISO film). Alleen camera's die deze mogelijkheid hebben, stellen de
filmgevoeligheid automatisch in.
Hiermee wordt het
totale aantal beeldpixels van de CCD bedoeld. Het maakt hierbij niet uit wat
voor vorm of afmeting de pixel heeft.
EXIF:
Exchangeable image
file format is extra informatie die door de digitale camera meegeschreven wordt
bij iedere foto. Deze bevatten gegevens zoals datum en tijd, alle camera
instellingen van het moment van opname en nog veel meer. De standaard wordt
steeds aangepast aan de stand van de techniek. Sinds april 2002 wordt gebruik
gemaakt van versie 2.2.
Deze handige knop is
te vinden op vele Fujifilm digitale camera’s en maakt het mogelijk om snel en
eenvoudig de resolutie, gevoeligheid en kleur van de opname te wijzigen.
File:
Betekent bestand. In
het geval van een digitale camera is een foto gelijk aan een file (of in het
Nederlands: bestand), omdat het digitaal opgeslagen informatie betreft. Er
bestaan zeer veel verschillende typen bestanden, meestal onderscheiden door de
extensie die ze hebben. Voor fotografie veelgebruikte bestandstypen zijn JPEG,
TIF, BMP en RAW.
FinePix Viewer:
Deze standaard bij de
Fujifilm meegeleverde software maakt het mogelijk om eenvoudig de foto’s naar
de PC/Mac over te zetten en ze vervolgens te beheren, bewerken en te printen.
FireWire:
De FireWire of
IEEE1394 aansluiting is een computer en video verbinding ontwikkel door Apple
in 1995. De verbinding heeft een hoge snelheid van 400 MB per seconde en wordt
toegepast in de High-End modellen Fujifilm digitale camera’s.
Fixed Focus/Focus
Free:
Het objectief van de
camera staat vast ingesteld op een bepaalde afstand en zorgt in combinatie met
het diafragma en de groothoeklens voor een vastgesteld scherptegebied van bijv.
1.5m tot oneindig. Bij deze camera's hoeft dus geen afstand ingesteld te
worden. Dit type camera heeft geen zoomlens en kan ook niet dichterbij
scherpstellen dan de vaste afstand.
Flitsaansluitingen:
Om een externe
flitser op een camera aan te sluiten zijn sommige camera’s uitgerust met een
kabelaansluiting (X-contact) en/of een middencontact. Om hiervan gebruik te
maken dient men dit bewust te activeren in het “set-up”menu van de betreffende
camera.
Formaat of
bestandsformaat:
Een van de vele
methoden voor het coderen, opslaan en weergeven van computergegevens. Bij een
groot aantal bestandsformaten voor afbeeldingen zegt het achtervoegsel (suffix)
iets over de methode, bijvoorbeeld '.bmp', '.eps', '.jpg', '.gif' ,tiff' of
raf.
Camera's met
Nederlandse specificaties worden door Fujifilm Nederland B.V. geleverd met
Nederlands garantiebewijs. Deze geeft recht op hulp van de Nederlandse Fujifilm
helpdesk.
Camera's met
Nederlandse specificaties worden door Fujifilm Nederland B.V. geleverd met een
Nederlandse handleiding.
Histogram:
Een staafdiagram
waarmee wordt aangegeven hoeveel pixels van elke licht- of toonwaarde in een
opname aanwezig zijn. Zo kun je zien of de lichtverdeling in de opname in orde
is.
HS-V2 software:
De Fujifilm Hyper
Utility Software biedt de mogelijkheid om de RAW bestanden uit de camera te
bewerken en aan te passen aan de wensen van de fotograaf. Vanuit de HSV-2
software zijn TIFF en/of JPG bestanden te genereren voor verder verwerking in
een fotobewerkingsprogramma of voor het vervaardigen van een afdruk. Het is
tevens mogelijk met de HSV-2 software om een aantal professionele Fujifilm
modellen aan te sturen via de PC of Mac. en de genomen foto’s direct op te
slaan op de harde schijf.
De zgn. IEEE 1394
communicatiepoort is een FireWire aansluiting. Zie FireWire.
Image Intelligence:
Het totaal van
programmeerkunst, jarenlange ervaring en wetenschappelijke meetmethodes vormen
tezamen de kunstmatige intelligentie die gemaakte foto’s kunnen analyseren. Zo
kan de Image Intelligence software, in de Fujifilm FinePix Viewer, het Fujifilm
FDI digitaal minilab en de Printpix Printers het onderwerp en de
lichtomstandigheden in de foto’s herkennen en vervolgens optimaliseren voor een
perfect afdruk.
Invulflits:
Bij fel zonlicht
ontstaan donkere schaduwpartijen. Om deze op te helderen is het aan te bevelen
om de camera te dwingen om te flitsen. De automatiek van de camera zal namelijk
bij veel licht de flitser niet automatisch doen afgaan.
ISO:
Deze afkorting staat
voor "International Organization for Standardization"die opgericht
werd in 1947. In 1987 stelde zij de richtlijn ISO 5800 vast om de gevoeligheid
van een film voor licht aan te duiden. Bij de introductie van de digitale
camera’s is men de ISO waarde aanduiding blijven hanteren om de gevoeligheid
van de CCD aan te geven gerelateerd aan die van de analoge film.
Of voluit “Joint
Photographic Experts Group” is een bestandsformaat waarbij door middel van
comprimering een kleinere bestandsgrootte gerealiseerd kan worden. Het is
echter wel zo dat een sterkere compressie leid tot een verslechtering van de
beeldkwaliteit.
Met behulp van dit
externe apparaat is het mogelijk om de geheugenkaarten uit de camera in te
voeren in de PC/Mac zonder dat daarvoor de camera zelf nodig is. De apparaten
kunnen vaak diverse type geheugenkaarten tegelijkertijd inlezen en worden van
stroom voorzien via de PC of Mac.
Kleurinstellingen:
Een abstracte
mathematisch model dat de manier beschrijft waarin kleuren aangegeven kunnen
worden met behulp van cijferreeksen. Hiervoor wordt dan per kleurcomponent een
waarde gegeven. Zo geeft de RGB Standard bij R128, G128 en B128 een grijs vlak
weer.
De sRGB
kleurinstelling wordt in de digitale camera’s het meeste gebruik en komt ook
overeen met de kleurinstelling van de digitale minilab’s. De standaard is in
1996 in het leven geroepen om de weergave overeen te laten komen met die van
een computermonitor.
De Adobe RGB
kleurinstelling is ontwikkeld door de firma Adobe in 1998 en bevat een groter
aantal kleuren dan de sRGB kleurinstelling. De Adobe RGB kleurinstelling is in
te stellen op de Fujifilm S3Pro digitale camera en de foto’s die in deze stand
gemaakt zijn kunnen gebruikt worden in drukwerk en andere grafische
toepassingen.
Kleurtemperatuur:
De kleur van licht in
graden Kelvin. De kleurtemperatuur kan gewijzigd worden door filters te
gebruiken. Daglicht komt overeen met ongeveer 6500° Kelvin.
Korrel:
De korrelstructuur in
een foto ontstaat doordat in een film het beeld wordt gevormd door
lichtgevoelige zilverkorrels. Bij digitale foto’s spreekt men van beeldruis
daar er geen filmkorrel aanwezig is.
Een Liquid Crystal
Display is een dun en lichtgewicht weergave-apparaat zonder bewegende delen,
dat gebruikt wordt in digitale camera’s en andere elektronische apparaten.
Hieronder wordt
verstaan het scherp af kunnen beelden van een onderwerp op zeer korte afstand.
Alle Fujifilm digitale camera’s hebben een macrostand die tot 10 cm. Scherpe
foto’s opleveren. Op sommige modellen zit zelfs een Super macro stand die
scherpe opnames tot 1 cm. mogelijk maken.
Mass Storage device:
Alle Fujifilm
digitale camera ’s verschijnen als een “verwisselbare harde schijf” op uw PC of
Mac zodra ze aangesloten zijn met de meegeleverde kabel. U kunt nu met de
bijgeleverde Fujifilm FinePix Viewer software gebruiken om de foto’s en/of
films naar de computer over te zetten.
MB: Megabyte:
1024 kilobytes of
1.048.576 bytes aan digitale gegevens.
Megapixel:
Als u op zoek bent
naar een digitale camera, let dan op de omschrijving 'megapixel' of 'MP'. Dit
wil zeggen dat de camera geschikt is voor beelden met een hoge resolutie.
Megapixel staat voor miljoenen pixels. Tegenwoordig is 3 Megapixels al
standaard geworden in een digitale camera.
Microdrive:
De MicroDrive is een
extreem kleine en compacte harde schijf, die in alle Fujifilm digitale camera’s
met een compactflash sleuf Type II gebruikt kunnen worden. Door de bewegende
delen is de kaart echter kwetsbaarder dan de standaard Compact flash kaar ten
verbruikt het ook meer energie.
MRC:
De Middle Roll
Changefunctie stelt de gebruiker in staat de film opnieuw te laden en de film
halverwege te verwisselen. Later kan de halfvolle filmcassette dan opnieuw in
de camera worden geplaatst en worden volgeschoten. Bij sommige Fujifilm APS
camera’s gaat het cameratransport dan automatisch naar het laatste opgenomen
beeld. De gebruiker kan zo bijvoorbeeld halverwege de film van kleur naar
zwart-wit overschakelen of een film reserveren voor een specifiek onderwerp.
Moiré:
Het bekende
Moiré-effect is een storend streeppatroon in een foto of computer monitor
weergave. Het ontstaat wanneer het raster van de opname CCD het raster van het
te fotograferen onderwerp overlapt.
Motion-JPEG:
Het door Fujifilm
gebruikte bestandsformaat voor het vastleggen van videofilms in de digitale
camera’s. Bij de Fujifilm digitale camera’s wordt een variant gebruikt van het
AVI-formaatwaarbij de camera zeer snel
achterelkaar afzonderlijke foto’s maakt. Deze 10 tot 30 beelden per seconde
worden bij het afspelen door onze hersens ervaren als een bewegende film. Het
voordeel van deze methode is dat ieder afzonderlijk beeld weer te gebruiken is
om te bekijken, e-mailen of te printen.
Motortransport:
Dit geeft aan dat de
film na elke opname automatisch getransporteerd wordt naar de volgende opname.
Wanneer de camera ook automatisch terugspoelt, staat dit ook aangegeven. Enkele
camera's hebben bijvoorbeeld wel een automatisch transport voorwaarts, maar de
film moet met de hand teruggespoeld worden. Bij deze camera`s moet veelal het
transportwiel gedeblokkeerd worden door een knopje (onder) op de camera in te
drukken.
Multi AF:
De meeste camera’s
stellen scherp op het onderwerp dat zich in het centrum van de zoeker bevindt.
Er zijn echter situaties waarbij het hoofdonderwerp niet in het midden staat,
bijvoorbeeld bij twee personen naast elkaar. Bij het activeren van het Multi AF
systeem zal de afstand tot het onderwerp automatisch bepaald worden op 49
velden binnen het zoekerkader.
Hierbij zal de camera
de uiteindelijke scherpstelling afregelen op het onderwerp dat zich het dichtst
bij de camera bevindt.
Een belichte film
waarop een beeld in 'tegenovergestelde' kleurwaarden wordt weergegeven. Wordt
ook gebruikt voor digitale beelden met omgekeerde kleurwaarden.
Een objectief wordt
ingedeeld naar z'n brandpuntsafstand. Objectieven met een korte
brandpuntsafstand (< 35 mm) worden groothoek genoemd: de opnamehoek is groot
en het onderwerp lijkt verafgelegen. Een objectief met een lange
brandpuntsafstand (> 75 mm) wordt tele-objectief genoemd: de beeldhoek is
klein en het onderwerp lijkt dichterbij. Een objectief met een normale
brandpuntsafstand (tussen 35 en 75 mm) heeft een normale beeldhoek
(vergelijkbaar met het oog) en vertekent het beeld niet.
Objectief met een
vast brandpunt:
Een objectief met een
vaste brandpuntsafstand heeft een vaste beeldhoek, dit in tegenstelling tot een
zoomobjectief. Objectieven met een vaste brandpuntsafstand genieten de voorkeur
van sommige fotografen vanwege de grotere lichtsterkte. De beelden zijn vaak
contrastrijker en scherper. Dit soort objectieven zijn te gebruiken op de
Fujifilm digitale spiegelreflexen.
Onderbelichting:
Op een onderbelichte
foto zijn details lastig te zien doordat bij de opname te weinig licht is
gebruikt. Onderbelichting is het tegenovergestelde van overbelichting.
Onderwerpprogramma’s:
De Onderwerp
Programma’s, portret, sport & actie, landschappen, nachtopname kunne
gebruikt worden om de camera optimaal in te stellen voor een specifiek
onderwerp. De camera kiest dan zelf de beste combinatie van diafragma,
sluitertijd, belichting, kleur en scherpstelling om dat onderwerp perfect op de
foto te zetten.Op het LCD scherm wordt
aangegeven welke programmastand is ingesteld. automatische belichting die past
bij de omgeving. Door deze functie is het niet meer nodig om zelf handmatig
alles in te stellen. De camera garandeert automatisch het best mogelijke
resultaat.
Online printservice:
Het via Internet
versturen van gemaakte digitale opnames naar een (Fujifilm) FDI digitaal
minilab zodat zij daar afgedrukt kunnen worden.
Opslagmedia:
Hieronder vallen alle
type geheugenkaarten die in een digitale camera gebruikt kunnen worden voor het
opslaan van de gemaakte foto’s en/of films.
Optische Zoom:
Een zoomobjectief van
een digitale camera bestaat uit talloze bewegende lensdelen. Door deze ten
opzichte van elkaar te bewegen is het mogelijk om de beeldhoek groter
(groothoek-stand) of juist kleiner te maken (tele-stand). In tegenstellingen
tot een digitale zoom heeft dit geen beeldkwaliteitsverlies ten gevolg.
Overbelichting:
Een foto is
'overbelicht' wanneer deze te bleek is en te weinig details vertoont. Dit
gebeurt als er te veel licht door de lens wordt doorgelaten. Overbelichting kan
ook met opzet worden toegepast om een bepaald effect te bereiken. Bij een
standaard digitale camera zal een overbelichting leiden tot het uitbleken van
de lichte partijen in het beeld. Fujifilm heeft om dat verschijnsel aan te
pakken een nieuwe CCD ontwikkeld de Super CCD SR met tot 400% meer doortekening
in de lichte partijen. Zie ook Onderbelichting.
Beeldverschuiving.
Doordat een optische zoeker en het objectief op enige afstand van elkaar
zitten, komen de beelden die ze vormen niet honderd procent overeen.
PC-cam stand:
Als de Fujifilm
digitale camera in deze USB stand gezet wordt is de camera geschikt gemaakt om
te fungeren als webcam en zo Video-conferencing mogelijk te maken met andere
internet gebruikers.
PDF:
Een populaire
technologie van Adobe om documenten zo op te maken dat ze op elk platform
kunnen worden bekeken en afgedrukt met de (gratis beschikbare) Adobe Acrobat
Reader. De pagina’s verschijnen op het scherm precies zo als de gedrukte vorm.
Op de Fujifilm website zijn daarom allee folders ook in dit PDF formaat te
downloaden zodat iedereen direct de camera gegevens kan bekijken.
PictBridge:
De
PictBridge-Standaard is het commerciële eindproduct van de Direct Print
Standard die in december 2002 door Fujifilm, Canon, Olympus, Hewlett Packard,
Seiko en Sony werd ingesteld. Het betreft hier een computerprotocol dat de
communicatie tussen camera en printer regelt. Het is met behulp van Pictbridge
mogelijk om rechtstreeks vanuit de camera af te drukken op iedere printer die
deze PictBridge standaard ondersteund.
Pixel:
Betekent
beeldelement. Digitale afbeeldingen bestaan uit aangrenzende pixels die ieder
een eigen kleur of toon hebben. Voor het oog vloeien de verschillend gekleurde
pixels samen tot continue kleurtonen. De vorm, onderlinge afstand, en de
grootte van de pixels zijn alleen bepalend voor de kwaliteit van de
uiteindelijke foto.
Programma stand:
Deze stand van de
cameraknop heeft een gelijke werking als de volledige “auto”stand, maar nu is
het wel mogelijk om in te grijpen in het uiteindelijke resultaat door
handmatige correcties in te stellen.
PCMCIA:
Een uitbreidingssleuf
in creditcardformaat die meestal in laptops gebruikt wordt. In deze sleuf
kunnen modem- of geheugenuitbreidingskaarten gestopt worden. Fujifilm gebruikt
deze laatste mogelijkheid om met behulp van een PCMCIA kaartadapter de
Smartmedia en xD-Picture Cards in te lezen in een laptop.
PPI:
Pixels per inch is
een maat aanduiding van de resolutie van een computerbeeldscherm gerelateerd
aan de afmeting van het scherm in inches en het totaal aantal pixels in
horizontale en verticale richting.
Pictrography printer:
Een Fujifilm
professionele printer die in afdrukkwaliteit niet onder doet voor een minilab.
De Pictrographyprinters werken met
zilverhoudend donor materiaal en belichten met een laser op echt fotopapier. De
afdrukken uit deze “fotobelichters” blinken uit in de weergave van fijne
details en fraaie doortekening in de hoge lichten en schaduwen.
Printpix printer:
Een Fujifilm
uitvinding waarbij er geen gebruik wordt gemaakt van inkt, lint of folie om tot
een print te komen. Alle benodigde chemie zit in het papier dat met behulp van
een verhittingsproces geactiveerd wordt en vervolgens met UV licht gefixeerd.
Premium Plus Photo
Papier:
Dit inktjetpapier is
speciaal door Fujifilm ontwikkeld voor het afdrukken van digitale foto’s op een
inktjetprinter. Het is in diverse formaten leverbaar en tevens zijn er
verschillende soorten papier voor de diverse printers. Dit laatste is zeer
belangrijke voor de uiteindelijke afdrukkwaliteit daar er bij printers gebruik
wordt gemaakt van verschillende afdruktechnieken. Fujifilm heeft voor ieder
type printer het optimale papier ontwikkeld.
Deze resolutie
aanduiding wordt gebruikt bij het aangeven van de videokwaliteit van een
digitale fotocamera. De resolutie van 320x240 pixels zorgt voor een kleine
weergave op een TV of computer scherm. Deze films zijn door het kleine
bestandsformaat nog net te emailen.
QuickTime:
Een opslagmethode
voor geluid, animaties en filmbestanden. De methode is oorspronkelijk
ontwikkeld door Apple Computer, maar er is nu ook software beschikbaar voor
afspelen met Windows en andere platformen. De QuickTime software wordt
standaard bij iedere Fujifilm camera meegeleverd om de gemaakte filmbeelden van
de digitale camera’s af te kunnen spelen.
De nieuwste versie
van deze software is gratis te downloaden (voor Mac of PC) vanaf de website van
Apple: (www.apple.com/quicktime).
RAW is het
bestandformaatdat de onbewerkte ruwe
data van de foto’s bevat. Deze informatie komt zo van de CCD en is nog niet
door de camera software aangepast in kleur, helderheid en contrast. Omzetten
van deze bestanden naar een bruikbaar fotoformaat geschied met behulp van een
converter-programma zoals de Fujifilm HS-V2 software.
RGB:
Uit de basiskleuren
rood, groen en blauw worden alle kleuren in een computermonitor of in een
digitale camera opgebouwd.
RGB-kleurfilter:
Omdat een CCD sensor
uitsluitend reageert op helderheidverschillen worden ze afgedekt met een
kleurenfilter. Dit kleurenfilter meet de helderheid van de drie afzonderlijke
kleuren in het binnenkomende licht.
Rode ogen reductie:
Wanneer er in een
donkere omgeving een foto gemaakt wordt dan reflecteert de flits op het
bloeddoorlopen netvlies van iemands oog. Veel camera`s hebben of automatisch of
de mogelijkheid om een vermindering van rode ogen handmatig in te stellen: let
wel het is een vermindering. Voordat de opname met flits gemaakt wordt, gaat
een lampje oplichten of geeft de flitser een zogenaamde voor-flits. Gevolg van
dit is dat de pupillen als gevolg van de lichtbundel kleiner worden. Hierdoor
vermindert het rode ogen effect op de foto. Voor meer info zie de afdeling
helpdesk op de website.
Deze Small Computer
System Interface is een professionele verbindingsnorm voor PC en mac. Het biedt
een snelle en bedrijfszekere verbinding tussen de computer en bijvoorbeeld
harde schijven, scanners en professionele printers. Op ieder SCSI apparaat
kunnen weer tot zeven andere SCSI apparaten aangesloten worden op de computer.
Bij Fujifilm zijn de professionele Printpix en Pictrography printers voorzien
van deze aansluiting.
Scherptediepte:
Het gebied dat van
dichtbij tot veraf scherp wordt weergegeven op de foto. De scherptediepte is te
regelen door middel van het diafragma.
Serie-opnamen:
Na het instellen van
de camera in de serie- of continue opnamestand is het mogelijk om met één druk
op de ontspanknop een reeks foto’s zeer snel achter elkaar te maken. Zo is de
Fujifilm FinePix S20Pro camera in staat om in twee seconde tien foto’s te
maken.
Slow Flash stand:
Door het gebruik van
deze flitsstand wordt de sluitertijd van de opname verlengd tot de tijd die
nodig is om de foto goed te belichten zonder het gebruik van de flitser.
Hierdoor wordt het mogelijk om zowel het onderwerp op de voorgrond, als de
achtergrond goed te fotograferen.
Sluitertijd:
Een sluiter is een
soort valluik dat zich tijdens de opname opent om het licht door te laten. De
sluitertijd wordt berekend in fracties van seconden: 1/4 s, 1/60, 1/1000, enz.
De belichtingstijd is afhankelijk van de filmgevoeligheid. Bij een lange
sluitertijd mag het object zich niet bewegen, omdat anders de beroemde
'bewegingsonscherpte' ontstaat. Eensnelle sluitertijd van 1/2000 zal een bewegend onderwerp “bevriezen”
zodat details zichtbaar worden die het blote oog niet waar kan nemen.
SmartMedia:
Een standaard voor
verwisselbare geheugenkaarten in digitale camera's. U kunt afbeeldingen op de
kaart opslaan totdat u besluit ze naar uw computer te downloaden. Als u een
reservekaart bij u hebt, hoeft u dus nooit bang te zijn dat het geheugen van de
camera vol raakt. Geheugenkaarten zijn in feite de filmrolletjes van de
digitale camera. Hoeveel afbeeldingen u op een verwisselbare geheugenkaart kunt
opslaan is afhankelijk van (a) de grootte van de kaart, die kan variëren van 16
Mb tot 128 MB, en (b) de instelling van de 'kwaliteit'. Meestal kunt u kiezen
uit drie kwaliteitsopties (bijv. >basic<, >Normal< en >Fine<);
hoe hoger de instelling, hoe meer ruimte de afbeeldingen in beslag nemen.
Spiegelreflexcamera:
Bij een
spiegelreflexcamera wordt het te fotograferen onderwerp via een opklapbare
spiegel op het matglas geprojecteerd. Bij een digitale camera met een
elektronische zoeker zal dit beeld weergegeven worden door een video chip. Het
grote voordeel van dit type camera is dat er daadwerkelijk door het objectief
gekeken wordt en men zo een natuurgetrouwe weergave krijgt van het te
fotograferen onderwerp.
sRGB:
Een nieuw standaard
Colour Management System (ontwikkeld door Hewlett-Packard en Microsoft) voor
het optimaliseren van het gebruik van kleurenafbeeldingen in het volledige
creatieve proces. sRGB biedt een gemeenschappelijk formaat voor het uitwisselen
van kleurgegevens tussen verschillende apparaten. Het resultaat is dat uw
afdruk exact gelijk is aan de afbeelding die u op het scherm hebt bewerkt. De
sRGB standaard wordt bij bijna alle digitale camera’s als standaard gehanteerd.
Stem notitie:
Bij sommige modellen
Fujifilm digitale camera’s is het mogelijk om bij een gemaakt opnametot 30 seconde gesproken commentaar toe te
voegen.
Super CCD:
Een Fujifilm
uitvinding waarbij de achthoekige pixels in een honingraatpatroon geplaatst
zijn. Deze speciale vorm geeft de afzonderlijke pixel een hogere
lichtgevoeligheid, minder ruis en een betere optekening van de kleuren. De
Super CCD is door de speciale pixelvorm en opbouw van de CCD in staat om uit
een effectief aantal pixels van 6 miljoen een 12 miljoen pixel foto te leveren
van een goede kwaliteit.
Super CCD HR:
De verbeterde versie
van de Super CCD bied een verhoogde resolutie en een vermindering van het
ruisniveau bij hoge gevoeligheden.
Super CCD SR:
De Super CCD SR
bereikt met twee fotodiodes per pixel een 400% groter dynamisch bereik dan een
normale CCD. Dit heeft het voordeel dat er zowel in de donkere als in de lichte
partijen van een foto nog een fraaie doortekening te zien is.
Systeemeisen:
Digitale camera's en
de bijbehorende software stellen altijd bepaalde eisen aan uw computersysteem,
zoals de hoeveelheid vrije ruimte op de harde schijf, het geheugen en
natuurlijk het besturingssysteem.
Verkleinde weergave
van digitale beelden. Vaak ter vervanging van het pictogram voor dat bestand. Thumbnails
maken het terugvinden en herkennen van foto's aanzienlijk eenvoudiger. Er wordt
zowel gebruik van gemaakt in de Fujifilm FinePix Viewer software als op het LCD
scherm van de digitale camera.
TIFF:
Tagged Image File Format is een opslagformaat
voor digitale foto bestanden. Hierbij worden de gegevens zonder compressie
opgeslagen en leveren daarom een hoge kwaliteit voor verdere bewerking.Doordat de gegevens niet gecomprimeerd zijn
is de bestandsgrootte erg groot. Tegenwoordig zie je dat er steeds vaker voor
het RAW bestandsformaat gekozen wordt dat kleiner is en nog meer mogelijkheden
bied op het gebied van beeldcorrectie.
TTL:
Dit is de afkorting
van "Through the lens". Het betekent letterlijk “door de lens“ en
beschrijft de meetmethode van het autofocus en/of lichtmeetsysteem in een
digiatle camera.
Tv-aansluiting:
De digitale camera’s
met een video-uitgang zijn aan te sluiten op een televisie met een analoge
video-ingang. Hierdoor is het mogelijk om de gemaakte foto’s en films te
bekijken op het grote scherm. Bij sommige Fujifilm modellen kan dit automatisch
gedaan worden met behulp van de “slide-show” functie.
TWAIN driver:
Een stukje software
die het mogelijk maakt dat de camera (of bijvoorbeeld een scanner etc.) en de
computer met elkaar kunnen communiceren. TWAIN schijnt een afkorting te zijn
van 'Toolkit Without An Interesting Name'. Voorheen werd dit gebruikt bij de
Fujifilm digitale camera’s die uitgerust waren met een seriële verbindingspoort.
Tegenwoordig hebben de digitale camera’s een USB en/of Firewire aansluiting en
wordt er geen gebruik meer gemaakt van een TWAIN driver.
De “Universal Serial
Bus” is een aansluitsysteem voor computer randapparatuur. De eerste versie 1.0
en de huidige versie USB 2.0 Full speed hebben een doorvoersnelheid van
maximaal 11MB per seconde. Fujifilm heeft ook een aantal modellen waarbij
gebruik gemaakt wordt van de USB 2.0 High Speed standaard met maximaal 400 MB
per seconde.
Deze resolutie
aanduiding wordt vaak gebruikt bij het aangeven van de videokwaliteit van een
digitale fotocamera. De resolutie van 640x480 pixels zorgt voor een
beeldvullende weergave op een televisiescherm.Het is vaak ook het beeldformaat van een foto met de camera in de
emailstand. De foto’s hebben een kleine bestandsgrootte en zijn makkelijk te
versturen.
Video-conferencing:
Als de Fujifilm
camera in de stand PC-cam staat dan is het mogelijk om een bewegend beeld via Internet
direct aan een andere gebruiker te sturen. Word er tevens gebruik gemaakt van
een microfoon dan is “live” communicatie mogelijk met een ander waar ook ter
wereld.
De witbalans bepaald
welke kleur als wit moet worden beschouwd. Zo is het aandeel wit in de schaduw
wat blauw en die bij gloeilampen vrij geel. TL-verlichting geeft weer een
groene zweem. De witbalans van de camera kan zo worden ingesteld dat deze
afwijkingen worden gecorrigeerd. Veel camera's kunnen dit ook automatisch.
Een ultracompacte
geheugenkaart met hoge lees en schrijf snelheid. De kaarten verbruiken tevens
zeer weinig stroom zodat de batterijen van de digitale camera langer mee gaan.
Na het instellen van
de zelfontspanner duurt het nog 2 of 10 seconden voordat de daadwerkelijke foto
gemaakt wordt. Dit geeft dus tijd om zelf in beeld te komen of kan dienen ter
voorkoming van trillingen bij het maken van een tijdopname.
Zip-bestanden:
Computerbestanden met
de extensie ".Zip". Zip-bestanden zijn gecomprimeerd en moeten worden
gedecomprimeerd of "uitgepakt" voordat u ze kunt gebruiken. Door
bestandscompressie worden programma's en bestanden kleiner, zodat ze minder
opslagruimte innemen (op de vaste schijf) en sneller kunnen worden verzonden
via een netwerk. Sommige Zip-bestanden kunnen zichzelf decomprimeren; de
ontvanger hoeft dan niet over het Zip-programma te beschikken.
Zoeker:
Digitale camera
hebben altijd een beeldscherm (LCD) als zoeker. Sommige camera's bieden
daarnaast een optische doorzichtzoeker. Digitale spiegelreflexcamera's bieden
altijd een optische zoeker (die u werkelijk, via een prisma en een spiegel,
door het objectief van de camera laten kijken!) en een beeldscherm.
Zoomlens:
Een bepaald type
cameralens met een variabele, instelbare brandpuntsafstand. Hiermee kan de
fotograaf 'inzoomen' op een voorwerp op afstand. In software voor digitale
beeldbewerking wordt zoomen gebruikt om delen van een afbeelding in close-up te
bekijken. Bij een aantal Fujifilm digitale camera’s kan ook op de gemaakte foto
ingezoomd worden.
Zwart-wit stand:
Bij sommige Fujifilm
camera’s is het mogelijk om direct al op de camera te kiezen voor het maken van
foto’s in Zwart-wit. Bij Fujifilm modellen waar dit niet mogelijk is kan dit
effect altijd nog bereikt worden met behulp van de Fujifilm FinePix viewer
software.