De eerste stap is er zorg voor
dragen, dat de monitor zo goed als mogelijk weergeeft wat er op de refentie
afdruk van de test set staat. Zorg er voor, dat u steeds met precies dezelfde
instellingen voor contrast en helderheid werkt. Stel de kleurtemperatuur van de
monitor op 5600 tot 6500K in, dat komt overeen met een op daglicht gelijkende
kleurtemperatuur.
Open het
bestand referentie.tif dat u heeft gedownload in uw
beeldbewerkingssoftware (bijvoorbeeld Adobe Photo De Luxe, Paint Shop Pro,
Corel Photo Paint of PicturePublisher) en maak het beeldvullend.
Stel vervolgens het contrast
en de helderheid zo in dat de grijstrap aan de linkerzijde een op het oog
gelijkmatige trapsgewijze verandering van helderheid toont. Eventuele fijn
afstemming van de gradatie kunt u (voor zover aanwezig) regelen met het
computer operating systeem, met de software van de grafische kaart
(beeldschermkaart).of met monitor weergave instellingen van het
beeldbewerkingsprogramma. Let wel: het gaat hier niet om veranderingen aan het
beeld van de afbeelding maar om vaste instellingen van uw systeem.
Regel de kleurweergave met de
instelmogelijkheden van uw besturingssysteem, grafische kaart of beeldsoftware
zodanig, dat de grijstrap aan de linkerkant een gelijkmatig verloop toont en de
achtergrond daarvan neutraal lijkt. Ook hier wederom niet het beeld zelf
bewerken, maar alleen de monitorinstellingen aanpassen! Vergelijk nu de
weergave op het beeldscherm met de referentieafdruk van de Visuele Test Set.
Houdt deze instellingen vast voor alle werkzaamheden met afbeeldingen.
Belangrijk: een aantal kleuren
kunnen door de manier waarop kleuren tot stand komen op monitoren niet
hetzelfde beeld tonen als de opzicht referentie afbeelding. Dat geldt in het
bijzonder voor basiskleuren als magenta, blauwgroen, blauw, groen en rood.
Sterk verzadigde kleuren kunnen op een beeldscherm niet echt beoordeeld worden.
Zie onderstaande afbeelding.