Digitale camera’s zijn meestal
voorzien van een LCD scherm om de gemaakte opnamen te bekijken of te
beoordelen. Wat er op het LCD scherm te zien is, geeft een indruk van de opname
maar niet direct een exacte weergave van de uiteindelijke afdruk. Hier speelt
hetzelfde verschijnsel als bij de monitor instelling waarover in de inleiding
al werd gesproken. Het LCD scherm kan bijvoorbeeld worden bekeken bij veel of
bij weinig licht. De opname ziet er onder verschillende omstandigheden dan ook
anders uit. Toch is er dan niets anders in het fotobestand. Hetzelfde geldt ook
bij lichter of donkerder afstellen van het camera LCD scherm.
Het bestand CONTRAST.TIF
Te gebruiken voor het afstellen van de monitor.
Hoofdvoorwaarde is dat er geen
lichtbronnen direct op de monitor schijnen. Reflecties op het beeldscherm
moeten worden vermeden. De omgeving achter de monitor moet neutraal en niet te
licht zijn om tegenlichtverblinding te voorkomen. De monitor mag dus niet voor
een raam staan of tegenover een raam zodat u met licht in de rug op de monitor
werkt. De monitor, respectievelijk de grafisch kaart, moet 24 bits kleurdiepte
RGB kunnen weergeven (16,7 miljoen kleuren). Een lagere kleuromvang is voor
beeldbewerking ongeschikt.
Het bestandCONTRAST.TIF (zie topic inhoud VIT-set)
kan gebruikt worden om een grove instelling van de monitor helderheid te
realiseren. Open dit bestand in een beeldbewerkingsprogramma* en maak het
beeldvullend. Stel de contrastregeling op maximaal contrast. Regel de
helderheid met de instelmogelijkheden van de monitor zelf zodat het vierkant in
het zwarte deel nog net zichtbaar is. Het vierkant in het witte deel moet eveneens
zwakjes zichtbaar zijn.
* Bij beeldbewerkingsprogramma’s met geavanceerde kleurfuncties zoals
late versies van Adobe Photoshop alle profielen uitzetten. De weergave van de
bestanden dus niet aanpassen.